Methodiek

PA methode en aanpak

PA methode en aanpak

 

PA methode

Waar komt de Project Adventure methode vandaan?

Project Adventure is in 1971 opgericht in de Verenigde Staten door Jerry Pieh, directeur van een school. Hij kende de  Outward Bound-beweging die groepen jongeren in staat stelde om in de wildernis te werken aan hun persoonlijke ontwikkeling en groepsontwikkeling. Hij zag dat avontuur en natuur een krachtige omgeving zijn voor jongeren om er te werken aan (zelf)vertrouwen, acceptatie van elkaars verschillen en gedrag voor goed samenleven.

In oorsprong was het Outward Bound-concept ontwikkeld als aanvulling op het gewone schoolprogramma van kinderen, bedoeld om zich voor te bereiden op de maatschappij, het leven in de ‘grote wereld’. Maar veel jongeren kregen de gelegenheid niet zo’n programma te volgen vanwege de lengte en de hoge kosten ervan.

Jerry Pieh vond dat jammer en hij ziet kans de Adventure-filosofie uit de Outward Bound een plek te geven binnen het standaard schoolprogramma, onder de noemer ‘Project Adventure’. Dankzij een door hem ontwikkeld Adventure-curriculum voor het onderwijs ontdekken leerlingen dat zij tot meer in staat zijn dan ze zelf denken. En het succes voor hen zit vooral in het versterken van zelfvertrouwen, het doorbreken van een negatief gedachtepatroon en de omgang met elkaar op school.

De toepassing van de PA-methode

Project Adventure staat voor: leren door doen, door middel van avontuur. In die stimulerende, uitdagende omgeving heeft iedereen de kans om de eigen motivatie en mogelijkheden te ontdekken en daarin te groeien. Wij bieden daarbij ondersteuning vanuit het idee dat ieder individu meer kan dan hij of zij zelf gelooft. Voor dit proces heeft Project Adventure een effectieve methodiek die werkt met de volgende drie principes:

  1. Ervaringsleren: leren door doen
  2. Kies je eigen uitdaging: stap je groeizone binnen.
  3. Waardevolle afspraken

De mate waarin wij deze principes toepassen hangt af van de doelgroep en van de keuze van de intensiteit niveaus (Beleef – Ontdek – Verander). We zullen deze principes wel altijd  koppelen aan activiteiten met uitdagingen op de grond of in de lucht. Daarbij staat niet alleen de fysieke maar ook de emotionele veiligheid van de groep en het individu voorop. Het is namelijk van wezenlijk belang dat iedereen zichzelf kan zijn en zijn of haar grenzen leert opzoeken en vooral ook leert aangeven.

Wat houden de principes in?

1. Ervaringsleren

Kort gezegd is ervaringsleren ‘leren door doen’: door directe ervaring verwerft iemand nieuwe kennis, vaardigheden en gedrag. David Kolb maakte dat proces zichtbaar in zijn leercirkel. Hij gaat ervan uit dat mensen bij effectief leren de vier fasen van deze cirkel doorlopen: ervaring, reflectie, generalisatie en toepassing, al maakt het niet uit bij welke fase iemand instapt.

[Figuur 1 Ervaringsleercirkel gebaseerd op de leerstijlen van D. Kolb]

[Figuur 1  Ervaringsleercirkel gebaseerd op de leerstijlen van D. Kolb]


Ervaringsleren betekent bij ons: je doet concrete ervaringen op in uitdagende activiteiten, je kijkt daarop terug en haalt daar nieuwe inzichten uit waarmee je (opnieuw) kunt gaan experimenteren, ook in het dagelijks leven. In de praktijk doorlopen deelnemers alle vier de fasen. Daarbij koppelen wij de fase ‘Ervaring’ steeds aan de erop volgende fasen, door kernachtige vragen te stellen: Wat? Dus wat? Wat nu?

2. Kies je eigen uitdaging

Kies je eigen uitdaging gaat over keuzes (leren) maken en de verantwoordelijkheid dragen voor de effecten van die keuzes.
Wij zeggen: ‘Kies de uitdaging die bij je past’. Maar we wijzen je ook op de zone-theorie en dagen je uit: ‘Stap eens uit je comfortabele zone en probeer veilig te handelen in jouw uitdagingszone, dus zonder in je paniekzone te belanden. De groep of individu die dit oppakt, creëert een optimaal leermoment. Want de deelnemers gaan inzien dat ieders actieve inzet ertoe doet. Zo ontstaat bij hen betrokkenheid en motivatie en zij leren elkaar aan te moedigen en te ondersteunen door middel van positieve feedback.
Vooraf maken we bijvoorbeeld altijd samen met de groep en/of individu afspraken over ‘meedoen’. Geen zin hebben of stoppen met een activiteit zal niet zo snel gebeuren.

Kies je eigen uitdaging betekent kortweg:

  • Je durft iets nieuws/moeilijks te ondernemen in een positieve sfeer;
  • Je mag de keus maken uit een situatie te stappen, als de druk van de groep te hoog wordt,  of je te weinig zelfvertrouwen voelt;
  • Je hebt – na een gestaakte poging – altijd een kans een nieuwe te wagen;
  • Je intentie is: een poging doen is belangrijker dan het behalen van resultaat;
  • Je hebt respect voor je eigen ideeën en keuzes en die van een ander.

De zone-theorie: wie achterover leunt kan leren op zijn buik schrijven!

We kunnen drie zones onderscheiden die het leergedrag van mensen typeren:

  1. De comfortabele zone: je voelt je rustig en veilig, ervaart geen spanningen, neemt geen risico’s.
  2. De uitdaging zone: je gaat in op de uitnodiging of uitdaging om iets nieuws te doen. Dat kan spannend zijn, maar je leert wel nieuwe dingen als je ervoor open kunt (blijven) staan.
  3. De paniekzone: je ervaart een hoge druk, stress of angst die je verlamt. Je haakt af, neemt niets meer op, gaat als kip zonder kop te werk. Leren is in feite onmogelijk geworden.

Wie in de uitdaging zone open staat voor nieuwe ervaringen kan zich persoonlijk ontwikkelen. Voorwaarde is wel dat onzekerheid, spanning of angst binnen gezonde perken blijft. Zo niet, dan belandt men in de paniekzone en is het leereffect weg. Met onze grensverleggende activiteiten op de grond of in de lucht prikkelen we je uit je comfortabele zone op te schuiven naar je uitdaging zone. Bijvoorbeeld bij de Tarzanzwaai, waarbij je door je groepsgenoten omhoog de lucht in wordt getrokken en jij zelf bepaalt wanneer je je loskoppelt. Vervolgens maak je een geweldige zwaai tussen twee bomen door, waarbij ‘vertrouwen’ een grote rol speelt. Zie je kans niet in de paniekzone te raken, dan heb je een overwinning op jezelf behaald. Vervolgens is het de kunst om die leerervaring mee te nemen in je dagelijks leven.

[Figuur 2 De drie zones waar mensen zich in kunnen bevinden
]

[Figuur 2 De drie zones waar mensen zich in kunnen bevinden]

 

3. Waardevolle afspraken

Voordat deelnemers in hun ‘groeizone’ kunnen werken moeten zij zich in de groep en in de ervaring fysiek en emotioneel veilig voelen. Daarom laten wij alle groepsleden instemmen met ‘waardevolle afspraken’, die zorgen voor structuur en een positief klimaat. De ‘waardevolle afspraken’ vormen dus een soort van gezamenlijk mondeling of schriftelijk ‘contract’.
Door daar ‘ja’ op te zeggen bevestigen alle deelnemers dat zij:

– Doelgericht, veilig en met zorg voor elkaar zullen werken;
– Elkaar en elkaars verschillen respecteren;
– Zich verantwoordelijk voelen voor het nakomen van de afspraken.

Er zijn verschillende manieren om ‘waardevolle afspraken’ te maken. We kunnen de groep een aantal regels geven en vragen daarmee, na gezamenlijke bespreking, akkoord te gaan. Denk hierbij aan afspraken over meedoen, communicatie, veiligheid, eerlijkheid en doelen stellen. Maar we kunnen de groep ook vragen zelf de ‘waardevolle afspraken’ op te stellen tijdens een programma.

Onze procesbewaking

We maken gebruik van het GRABBSS-model – een groepsanalyse, ontwikkeld door Project Adventure – bij intakegesprekken en tussentijdse observaties. Met die analyse stellen we voor de groep en het individu vast waar zij zich bevinden wat betreft hun GRABBSS:

Goals   = doelen

Readiness = motivatie

Affect = emoties

Body = fysieke gesteldheid

Behavior  = gedrag

Setting = omgeving

Stage of development = ontwikkelfase

Gedurende het gehele programma houdt de coach voortdurend de reacties van deelnemers in de gaten die worden opgeroepen door middel van de activiteiten. De coach ziet bijvoorbeeld frustratie, doorzettingsvermogen, angst of zelfs woede als de deelnemers proberen zich over een vier meter hoog obstakel te werken. Dit vraagt om planmatig werken en probleemoplossend vermogen. Bereiken deelnemers de top dan uit zich dat in triomfantelijke blikken, trots of vreugdekreten.

Conflicten geven aanknopingspunten om te leren!

Als er sprake is van negatieve gedachtepatronen of reacties zal de trainer de deelnemers helpen die in positieve zin te veranderen met behulp van een bepaalde reeks activiteiten. Hij zal hen eerst vragen hun emoties te beschrijven om daarna samen te zoeken naar de betekenis ervan. Want sommige, op het oog negatieve, reacties en/of emoties kunnen in een andere situatie aan een bepaalde behoefte hebben voldaan. Een kind dat zich bij een scheldpartij van zijn ouders terugtrekt op zijn kamer, kan zichzelf daarmee beschermen. Zo kan iemands tijdelijke afzondering aan de groep worden uitgelegd als een positief voorbeeld van ‘iets de baas worden’.

Zodra er binnen de groep een gevoel van vertrouwen en veiligheid is, bestaat er (weer) een basis om gezamenlijk positief aan verandering te werken. Wij zetten deelnemers hiertoe nooit onder druk, maar bieden hen via activiteiten de gelegenheid om zichzelf uit te dagen om eigen ongewenst gedrag of negatieve gedachten te veranderen.

De aanpak

De aanpak zal af gestemd worden op de behoefte van de groep en/of individu. Hoe snel een groep en/of individu de Beleef – Ontdek –Verander fases zal door lopen is op voorhand niet te zeggen. De instructeurs en coaches maken op een authentieke manier contact met de deelnemers en gebruiken het analyse model, GRABBSS. Ze bepalen samen met de groep en/of individu het programma. De deelnemers zullen leren door de theorie ‘leren door doen’. De ervaringen zullen worden gereflecteerd waardoor de deelnemers bewust worden van hun gedrag. Vervolgens gaan de deelnemers leerdoelen stellen waar ze mee aan de slag gaan.

‘Beleef’ gaat om de ervaring:  Mensen maken plezier, leuke kennismaking en doen nieuwe ervaringen op.

‘Ontdek’ graaft dieper, geeft inzicht: groepen en individuen worden bewust gemaakt van hun denken en gedrag en zij werken aan groepsvorming, samenwerking en doelen stellen.

‘Verander’ biedt reflectie, vraagt inzet: wat heb je geleerd en lukt het om je nieuwe (verander)doelen waar te maken in je dagelijks leven of binnen je team? De groep wordt ondersteund om met de gestelde doelen en gemaakte (gedrags)afspraken vorderingen te boeken op het gebied van samenwerking en persoonlijke ontwikkeling.

 

Figuur 1: Aanpak ontwikkelroute